Esmee's verhaal

K L E U R I G E   W E R E L D 

Op een dag was ik in De Weide. Ik keek naar de lucht. Ik zag dat het ging regenen. Het drupte en het druipte. Alles verloor zijn kleur als een natte krant. De kleuren verdwenen als regen in de riolen. Ik, alleen ik had nog kleur. De hele wereld leek wel een enorme kleurplaat. De verkeersborden en –lichten leken net kleuren op nummer. De huizen en mensen leken net wandelende kleurplaten.

Opeens hoorde ik iemand iets tegen mij zeggen: ’Esmée, wil jij de wereld opnieuw inkleuren?’ Ik dacht, HOE? Maar ik realiseerde dat ik krijt en potloden in mijn zak had. Toen mijn gedachten er weer bij waren lag er een vogeltje op de grond, smekend om een beetje kleur. Ik kleurde hem zo snel mogelijk in. Toen de vogel weer een beetje bij zinnen was, vroeg ik hem of hij een verfsproeier om zijn buik wou hebben. Helaas wou hij dat niet. Toen bedacht ik me iets: als ik een vogel kon inkleuren, kan ik ook iets tekenen. Ineens wist ik het: ik moest met behulp van de mensen de wereld weer kleur geven.

Als eerste tekende ik verf-bots. Die hadden verf machientjes aan de onderkant. Overal waar ze kwamen kreeg een klein stukje van de Aarde weer kleur. Ik tekende ook kleur bommen. Die ontploften met kleur. Verfsproeiers waren zeker niet overbodig. Ik maakte ze voor op het land maar ook voor in de lucht. Alle mensen om mij heen kleurde ik in en gaf ze een pakje magische potloden, die raakte nooit op. Ik tekende ook nog een duizendtal vol met krijt mannetjes.

Ook ik ging aan de slag. Nederland, België en Duitsland waren als eerste toe aan een kleur-beurt. Daarna de rest van Europa. Amerika en Azië waren ook kandidaat om als kleurplaat te dienen. Na een paar dagen zwoegen was alleen Canada nog kleurloos. Ik tekende een afstandsbediening en riep alle kleur-bots terug om het laatste wit te dekken. Ik had alle kleur-bots nog één keer de wereld rond gestuurd om een watervast laagje aan te brengen zodat dit de eerste en laatste keer was.........


Esmée


G E D I C H T 

In de wereld die wij aarde noemen,
komen wij allemaal uit Adam en Eva

In de familie, die wij noemen "Mens",
zijn wij gelijk, maar toch anders

Geen mens hoeft vriendschap te hebben met iedereen
zolang je maar weet dat elk medemens
bij jou in het hart leeft en voortleeft.

Esmée.


Top 


Printerversie

Sitemap    Voorwaarden